Bewoner heeft schuld aan uitbranden van zijn huis

Rechtbank
Stockfoto: Politie

Sommige dingen zijn vanzelfsprekend, dat je niet moet roken met ontvlambare stoffen in de buurt bijvoorbeeld. Toen een 48-jarige Hagenaar dat in november 2017 wel deed, stond al snel zijn huis in lichterlaaie. Ook de omgeving liep grote schade op. Het Openbaar Ministerie eiste vandaag een werkstraf en voorwaardelijke celstraf tegen hem.

Het ging op 22 november 2017 mis toen de man – nota bene van beroep schilder geweest – terpentine wilde overgieten van een fles in een blik. Hij rookte daarbij rustig een sigaretje. Toen hij terpentine over zijn bank of vloer morste, viel ook de sigaret uit zijn mond. Binnen een seconde stond het bankstel in brand.

De woning brandde vervolgens volledig uit. Het vuur was zo heftig dat forensisch experts niet meer konden bepalen waar de brand was begonnen.

Verdachte had gedronken

Verdachte had die ochtend al flink gedronken. Naar eigen zeggen had hij vier halve liters bier op en een joint gerookt, toen hij met de terpentine aan de slag ging.

Onderzoekers stellen dat verdachte lijdt aan een licht verstandelijke beperking. Dat maakt hem wat het Openbaar Ministerie betreft licht verminderd toerekeningsvatbaar. Dat neemt niet weg dat hij die ochtend zelf zich in die benevelde toestand had gebracht.

Geen opzet, wel schuld

Volgens het Openbaar Ministerie is niet vast te stellen dat de man de brand opzettelijk heeft gesticht, maar is hij wel aanmerkelijk onvoorzichtig geweest. ‘Het is een feit van algemene bekendheid dat je niet moet roken in de buurt van gevaarlijke stoffen als terpentine,’ zei de officier van justitie op zitting.

Ze vindt ook dat verdachte anders had moeten handelen. ‘Eerst roken en dan met terpentine aan de slag, of andersom. Maar zeker niet – onder invloed – roken terwijl je met die terpentine bezig bent.’

Schade en strafeis

Door de brand is heel veel ellende ontstaan in de omgeving. Omliggende woningen hadden schade, net als de moskee aan de achterzijde het huis. In elk geval was sprake van rook- en waterschade. De buren van naastgelegen woning hadden ongeveer een halve ton schade, de hoogte van de schade bij de andere twee aangevers is niet bekend.

Het Openbaar Ministerie vroeg de rechtbank om verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen en een werkstraf van 180 uur. Onderdeel van de voorwaarden zou onder andere een verplichte behandeling moeten zijn. Over twee weken doet de rechter uitspraak.