Straf geëist voor haatzaaien tijdens demonstratie

Cellencomplex politiebureau
Stockfoto: Politie

Het Openbaar Ministerie eist twee weken gevangenisstraf tegen een 36-jarige Hagenaar voor het roepen van verschillende strafbare leuzen tijdens een demonstratie op de Hoefkade in Den Haag, op 24 juli 2014. De verdachte was een van de sprekers tijdens demonstratie.

Het gaat om drie uitlatingen. In de eerste verwijst verdachte naar de slag bij Kaybar in het jaar 629 waarbij Joden werden verdreven, onderworpen of gedood. ‘Het leger van Mohammed zal terugkeren,’ riep de verdachte tijdens de demonstratie. Volgens het Openbaar Ministerie is dit aan te merken als aanzetten tot haat en geweld tegen de Joodse bevolkingsgroep.

Vervolgens zegt de verdachte dat zij zullen blijven spreken ‘tot de Chaam (Syrië) gezuiverd wordt van deze joden’. Ook deze uitspraak kan worden gekwalificeerd als aanzetten tot haat dan wel geweld tegen Joden.

Daarop scandeert zijn publiek: ‘Dood aan de zionist, vuile joden, dood aan de zionist’. Omdat het een reactie is op de uitlatingen van de verdachte, ziet het Openbaar Ministerie hem hierin als medepleger van het aanzetten tot haat of geweld.

Tijd verstreken
De zaak werd al in 2016 door het Openbaar Ministerie voor de rechter gebracht, maar toen werd door de verdediging gevraagd het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Toen dat gebeurde stelde het OM daartegen beroep in, daarover heeft het gerechtshof zich in december 2017 uitgesproken. Het OM werd alsnog ontvankelijk verklaard, derhalve stond de zaak vandaag op zitting.

‘Hoewel de uitlatingen alweer enige tijd geleden zijn,’ zei de officier van justitie woensdag tegen de rechtbank, ‘en de onrust die in 2014 ontstond weer is geluwd, blijft het belangrijk dat we grenzen aangeven. De geest kan dan terug zijn in de fles, de dop moet er wel op blijven.’

‘De beelden zijn nog steeds te vinden op internet en worden nog steeds gedeeld. Dat betekent dat ook het gif van de uitlatingen zich nog steeds verspreidt en zijn haatzaaiende werk doet. Precies wat verdachte had beoogd.’

De verdachte zelf was niet bij de zitting aanwezig, het is onbekend waar hij is. Maar zolang ook niet vaststaat dat hij is overleden, vraagt het Openbaar Ministerie aan de rechtbank om hem bij verstek te veroordelen.