Politie herkent grote druk op recherche

Recherchejas
Stockfoto

Den Haag – ‘Nee zeggen tegen een zaak doet iedere rechercheur pijn aan zijn hart. Elke keer weer. Maar het is bij de recherche te druk. Er zijn meer zaken dan de recherche aankan en er is te veel bureaucratie. We moeten keuzes maken. Daardoor verdwijnen zaken op de plank.’

Met die vaststelling reageert politiechef Eenheid Amsterdam en portefeuillehouder Opsporing Pieter-Jaap Aalbersberg op het rapport “Noodkreet Recherche” dat de Nederlandse Politiebond (NPB) dinsdag 20 februari presenteerde. Het rapport is gebaseerd op zo’n 400 gesprekken die NPB-voorzitter Jan Struijs de afgelopen anderhalf jaar voerde met rechercheurs. Zijn belangrijkste conclusies: de opsporing komt structureel tijd, aandacht en deskundigheid tekort. Het gevolg is een overbelaste recherche.

Kiezen
Zowel plaatsvervangend korpschef Henk van Essen als portefeuillehouder Aalbersberg herkent het beeld dat in het 13 pagina’s tellende rapport schetst. ‘Vooropgesteld: elke dag leveren duizenden rechercheurs goed werk af. Zij vangen boeven en leveren een wezenlijke bijdrage aan de veiligheid in Nederland. Op elementen doen we het hartstikke goed. Neem de cold cases of de aanpak van motorclubs. Maar over de gehele linie is de druk zeer groot.’

‘Meer zaken dan we aankunnen’
Die druk wordt door politiemensen binnen de opsporing dagelijks gevoeld, zegt Aalbersberg: ‘Er zijn meer zaken dan we kunnen oppakken. Als we kiezen voor de ene zaak betekent het dat we een andere niet kunnen doen. Voor een rechercheur is dat moeilijk te verkroppen. Zeker als het gaat om zaken met een opsporingsindicatie. Of om zaken met een slachtoffer dat je moet teleurstellen.’

Impact
De keuze valt meestal op zichtbare zaken die een grote impact hebben op de slachtoffers. Denk aan geweldsdelicten, overvallen of woninginbraken. ‘Maar een oplichtingszaak kan ook een diepe indruk achterlaten. De focus op zichtbare criminaliteit brengt ook het risico met zich mee dat onzichtbare, slachtofferloze misdaad zich steeds meer aan ons zicht onttrekt. Bijvoorbeeld de criminele keten rond drugshandel.’

Vernieuwing
Van Essen en Aalbersberg ondersteunen de roep om vernieuwing die in het NPB-rapport doorklinkt: ‘De politie heeft daarom al in 2016 zelf de sterkte-zwakte analyse Handelen naar Waarheid laten maken. Ook daaruit kwam de behoefte aan vernieuwing sterk naar voren. Het heeft geleid tot vijftig experimenten in het hele land. Experimenten waarbij rechercheurs in de praktijk nieuwe werkwijzen en methodes onderzoeken. Samen met partners, zoals het OM, de Belastingdienst en het openbaar bestuur. Want voor een effectieve misdaadbestrijding is samenwerking essentieel. Ook het toepassen van nieuwe technologie in de opsporing gaat helpen. Denk aan big data-analyse of gezichtsherkenning.’

Toch is echte vernieuwing een kwestie van lange adem, voorspelt Aalbersberg. ‘De politie is een mammoettanker. De koers is bepaald, maar het duurt even voor we op gang komen en kilometers maken.’

Lastendruk
Voor de plaatsvervangend korpschef en de portefeuillehouder is ook de lastendruk een punt van zorg, al spreken zij liever van verantwoordingsdruk. Van Essen: ‘Natuurlijk moeten wij alle handelingen en bevindingen in processen-verbaal vastleggen. Maar mede door een stapeling van wet- en regelgeving bestaat een gemiddeld dossier tegenwoordig voor driekwart uit verantwoording en voor slechts een kwart uit een bewijsvoering. Samen met het OM en de wetgever moeten we kijken of dat anders kan. Minder complex.’

Politiesterkte
Aalbersberg wijst erop dat het uiteindelijk de politiek is die de politiesterkte bepaalt. ‘De recherche staat onder druk. Capaciteit is zeker niet het enige antwoord, maar meer handen aan de kar helpt altijd. de recherche is te klein. Of er mensen bijkomen en hoeveel, dat is een politieke discussie. Het is vervolgens aan de politie om, onder gezag van het OM, scherpe keuzes te maken.’