Blog van ambulanceverpleegkundige: Dood spoor

“Zo, wat een vreemde man”. “Nou, die vrouw spoort ook niet”. Uitspraken die ik zelf zou kunnen doen. Omdat je bij veel verschillende mensen komt die op hun beurt weer uit verschillende culturen komen, heb ik wel eens de neiging te zeggen dat die mensen op z`n minst apart zijn. Maar waarom zijn deze mensen dan apart? Eigenlijk komt het omdat deze mensen hun leven, huis en andere dingen anders georganiseerd hebben dan ik zelf. Mijn eigen privé is mijn maatstaf. Mijn nullijn. Maar wie zegt mij dat ik wel spoor? (nu hoor ik direct een aantal mensen zeggen: Ja dat klopt Henk, je spoort niet. Maar dat weet ik, anders was ik wel treinmachinist geworden). Desondanks komen we toch bij veel mensen waarbij we zien dat dingen toch niet helemaal gaan zoals ze horen te gaan. Zijn deze mensen minder gelukkig? Dat zal ik niet beweren, maar het baart me op zijn minst wel zorgen. Een vrouw die 39 weken zwanger is, nog geen kinderkamer heeft en waar enkel een rol behang en een emmer verf staan. Het zal soms bij culturen horen om dit wat uit te stellen, maar het zijn wel die dingen waarvan ik denk: wat gaat er straks met die baby gebeuren.

Iedereen heeft een eigen manier van het inrichten van een eigen huis, maar soms kom je in een huis waar nog geen 2 vierkante meter is om te lopen van alle spullen die er staan. Enerzijds prikkelt dit de nieuwsgierigheid maar aan de andere kant medelijden. Als we op een keer door de acute dienst van de psychiatrie worden gevraagd om een dame op te halen die moet worden opgenomen komen we in zo`n huis terecht. Een dame op leeftijd. Wegens brandgevaar door alle spullen die er staan is besloten dat mevrouw (voor een onbepaalde tijd) moet worden opgenomen. Mevrouw laat verbaal en non-verbaal weten het niet met ons handelen eens te zijn. Maar aangezien we te maken hebben met een IBS moet mevrouw hoe dan ook mee. Het appartement staat van de vloer tot de nok vol met tassen. Wat er in zit? Geen idee, maar blijkbaar het bewaren waard. Mevrouw geeft aan dat ze een en ander mee wil nemen naar de opname afdeling. Ik ben nu eenmaal de beroerdste niet en laat ze wat spullen bij elkaar zoeken. Maar je geeft een vinger…… Als ze klaar is zoeken staan er 12 weekendtassen met spullen. Nu wil ik best aan de wensen van een patiënt tegemoet komen, maar ik heb een ambulance en geen verhuiswagen. Als ik zeg dat dit niet gaat lukken wordt mevrouw boos. Na enige verbale dwang en hulp van de psychiater ligt mevrouw even later toch op de brancard. Uiteindelijk gaan er 4 weekendtassen mee. (nog steeds erg veel, maar een iets rustige patiënt op de brancard is ook wel fijn). Onderweg krijg ik een lang verhaal te horen dat ze niets kan weggooien en daarom zoveel spullen heeft en ze aan al die spullen is gekomen. Ergens intrigeert het verhaal me ook nog en vind ik het best sneu.

Aan verwarde personen in ons werk geen gebrek. Regelmatig komen we mensen tegen die niet helemaal hetzelfde denken als wij. Niet zelden komt daar een leger aan hulpverleners op af. We zijn net begonnen aan een dienst als we een melding krijgen dat er een man naar 112 heeft gebeld met de mededeling dat er bij zijn buren 2 mensen dood in huis liggen. Willen jullie daar zo spoedig mogelijk heen? Uiteraard gaan we daar naar toe. We vragen de brandweer en de politie mee. Stel, het word een dubbele reanimatie, dan heb je wel een aantal handen nodig. Maar wat nog belangrijker is: gezien de tijd van het jaar is het niet ondenkbaar dat we te maken hebben met een intoxicatie van koolmonoxide. Het word buiten kouder en de kachels gaan weer aan. Veel oude huizen zijn slecht geventileerd, met als mogelijk gevolg een vergiftiging van koolmonoxide. Wanneer iemand daaraan word blootgesteld, zal de persoon daar niets van meekrijgen. Je ruikt het niet en je voelt het niet. De persoon zal buiten bewustzijn raken en een stille en pijnloze dood sterven. Terugkomend op de melding is het niet raar om wat hulptroepen mee te vragen. Bij aankomst is de politie al aanwezig. De melder staat buiten op straat en roept dat er bij de buren 2 mensen dood zijn. We bellen daar aan (het is donker en nacht). Uiteindelijk gaat de deur open en komt een slaperig hoofd naar buiten. Wat er aan de hand is? Nou, er zouden bij u 2 overleden mensen in huis zijn. De man schud zijn hoofd en zegt dat hij in bed lag te slapen met zijn vrouw en niets weet van overledenen. Andere buren maar even proberen. Ook die worden wakker gemaakt. In het hele blok geen tekenen van overleden mensen te vinden. De brandweer meet voor de zekerheid nog even alle huizen door om te kijken of er sowieso sprake is van koolmonoxide. Dan komt een van de buren aanlopen en vraagt wie de melding heeft gedaan. Tja, uw eigen buurman. Oh hij, Ja hij is soms nogal in de war. Bekend bij een psychiater. Is veel in de weer met zijn CV ketel. Ook nu komt de melder nogal warrig over. Als we een tijdje met hem proberen te praten komen we er achter dat hij al een tijdje zijn psychiatrie medicatie niet meer slikt (op eigen initiatief). Dat verklaart een hoop. Achteraf gelukkig dat al die hulpverleners niet nodig zijn. De meer dan 20-koppige groep hulpverleners kan weer terug. Allemaal op een dood spoor gebracht…

Soms vraag je je wel eens af of bepaald gedrag echt is. We staan op de kop van zuid bij een man die op de grond ligt. Volgens voorbijgangers heeft de man een epileptisch insult gehad. Hij heeft niet gedronken zeggen ze er bij. Maar als ik uit de ambulance stap kunnen er maar 2 dingen zijn. Of ik sta naast een brouwerij of iemand die veel te veel gedronken heeft. Optie 1 was het niet…. Ik denk bij mezelf: natuurlijk, epilepsie… het lijkt meer op alcoholepsie. Communicatie is niet mogelijk ivm een taalbarrière. Dan haalt hij 2 soorten anti-epileptica uit zijn zak. Tja, blijkbaar heeft hij wel epilepsie. Als we een tijdje bezig zijn, begint de man ineens te stuipen. Dit lijkt inderdaad op een insult. Ja, en dan gaat hij zeker wel mee naar het ziekenhuis. Als hij uit zijn insult is, geeft hij op zijn manier aan niet mee te willen naar het ziekenhuis. Dit gedrag kan komen door het insult maar ook van de alcohol. Diverse beschadigingen tekenen zijn gezicht. Hij krijgt wat medicatie om iets rustiger te worden, maar het lijkt niet echt te helpen. Het kost me bijna een achterruit van de ambulance. Uiteindelijk hebben we deze mijnheer toch in het ziekenhuis gekregen.

De meldkamer belt ons op. Willen jullie gaan kijken op het volgende adres. Er woont daar een alleenstaande dame die vertelt dat ze kanker heeft en uitbehandeld is. Ze is alleen thuis en denk te gaan stikken. Ze kan niet uit bed komen. De centralist heeft geen goed gevoel bij deze melding mede omdat mevrouw heel zwak klonk. Ze geeft er wel bij aan dat mevrouw niet uit bed kan komen, ze niet de deur kan openen, maar geen politie aan de deur wil. Tja, en hoe ga ik de deur dan open krijgen? We gaan kijken, maar stuur op voorhand toch maar politie mee. Bij het appartement aangekomen is het volledig donker. We kunnen niet naar binnen kijken want ze woont op de 4e verdieping. De buren zijn bereid om de buitendeur van het portiek te openen en wij gaan naar boven. Daar bellen we aan maar krijgen geen gehoor. Dan kloppen we wat harder op de deur en roepen, maar ook daar krijgen we geen reactie op. We besluiten even te wachten op de politie. Ik overleg even met de meldkamer en besluit toch naar binnen te willen. Merkwaardig genoeg lijkt er nu ineens wel licht te branden in het appartement. Maar hoe we ook roepen of op een andere manier aandacht vragen, geen enkele reactie of teken van leven. De politie is inmiddels ter plaatse en ik overleg en geef aan dat de deur open moet. Als daar werkelijk iemand ligt te overlijden, kan ik dat niet negeren. De politie gebruikt een sleutel van een kilo of 20 waarmee je alleen maar hoeft te slaan. Ook op roepen van de politie komt geen reactie. Dan ineens bij de eerste de beste opening na het gebruik van de `sleutel` komt er ineens een vrouwengezicht tevoorschijn. Ze praat duidelijk met dubbele tong en heeft een typische geur die je niet krijgt van een glaasje cola. Dan komt er op plat Rotterdams een scheldkanonnade wat er zoal op neer komt dat ze op ons bezoek niet zit te wachten. Schelden, spugen etc., alles wordt in de strijd gegooid. Ik heb 7 seconden nodig om te besluiten dat ik hier overbodig ben. Maar vooral op deze manier geen zin heb in verdere discussie. Ik overleg met de meldkamer en vertel wat er is gebeurd. Ik voel me wel in het ootje genomen. Iemand doet zich voor als terminaal en stervende, en dan word je in plat Rotterdams weggevloekt. Boos, vanwege misbruik van de hulpverlening. Die spoort echt niet, zeg ik tegen mijn collega. En niet omdat ik dat vergelijk met mijn eigen thuissituatie ofwel de nullijn. Maar puur omdat ze echt niet spoort.

Blog: Henk Boer – Ambulanceverhalen