In Nederland zijn opnieuw vier mensen overleden bij wie het westnijlvirus was vastgesteld. Ook zijn twaalf nieuwe besmettingen gemeld. Daarmee staat het totale aantal geregistreerde besmettingen dit jaar op 56 en zijn negen besmette patiënten overleden.
Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Sinds de vorige update van 24 september zijn twaalf nieuwe patiënten met het virus geregistreerd. De nieuwe patiënten liepen de infectie op door een beet van een besmette mug.
De meeste besmettingen zijn tot nu toe vastgesteld in Zuid-Holland. Daar gaat het om 32 gevallen. In Utrecht zijn twaalf besmettingen geregistreerd, gevolgd door Noord-Holland met vijf, Noord-Brabant met vier, Gelderland met twee en Overijssel met één.
Ondanks de vier nieuwe sterfgevallen zijn er volgens het RIVM aanwijzingen dat de uitbraak over zijn hoogtepunt heen is. Het aantal nieuwe infecties neemt af. Een week eerder kwamen er nog zestien nieuwe patiënten bij, tegenover twaalf in de nieuwste rapportage.
Ook bij dieren lijkt het aantal nieuwe gevallen af te nemen. Afgelopen week werden veertien nieuwe besmettingen bij paarden vastgesteld, terwijl dat er een week eerder nog 48 waren. In totaal zijn dit jaar 150 paarden positief getest. Ook het aantal nieuw gevonden besmette vogels daalde sterk: van 71 een week eerder naar zeven in de nieuwste cijfers.
Het westnijlvirus circuleert voornamelijk onder vogels en wordt verspreid door muggen. Een mug kan het virus oplopen nadat die een besmette vogel heeft gestoken en het vervolgens overbrengen op mensen en andere zoogdieren, waaronder paarden.
Bij meldingen van overlijden waarbij het westnijlvirus is vastgesteld, wordt onderzocht wat de precieze doodsoorzaak is. Volgens het RIVM is niet in alle gevallen duidelijk of iemand rechtstreeks door het virus is overleden, omdat patiënten ook andere ernstige aandoeningen kunnen hebben.
Voor mensen is momenteel geen algemeen beschikbaar vaccin tegen het westnijlvirus. Het voorkomen van muggenbeten blijft daarom de belangrijkste manier om de kans op besmetting te verkleinen.






