In Nederland is opnieuw iemand overleden die besmet was met het westnijlvirus. Daarmee komt het aantal overleden mensen bij wie dit jaar een besmetting werd vastgesteld op vijf. Tegelijkertijd loopt het aantal besmettingen verder op: inmiddels zijn 44 gevallen bekend.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kreeg de afgelopen week zestien nieuwe meldingen binnen. Alle nieuwe patiënten zouden het virus hebben opgelopen door de beet van een besmette mug. Een week eerder stond de teller nog op 28 vastgestelde besmettingen.
Van de vijf mensen die dit jaar zijn overleden, staat vast dat zij besmet waren met het westnijlvirus. Dat betekent volgens het RIVM echter niet automatisch dat het virus in alle gevallen de directe oorzaak van het overlijden was.
De meeste besmettingen zijn tot nu toe vastgesteld in Zuid-Holland. In die provincie gaat het om 23 gevallen. Utrecht volgt met tien besmettingen. Daarnaast zijn mensen besmet geraakt in Noord-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. Veel patiënten werden getest nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen.
Het westnijlvirus komt van nature voor bij vogels. De gewone huissteekmug kan besmet raken nadat deze bloed heeft gezogen bij een besmette vogel. Vervolgens kan de mug het virus overbrengen op mensen, paarden en andere dieren. Mensen en paarden kunnen het virus normaal gesproken niet via direct contact verder verspreiden.
Ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raken, krijgt helemaal geen klachten. Circa 19 procent krijgt griepachtige verschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Bij ongeveer één procent kan de infectie ernstig verlopen en bijvoorbeeld leiden tot een hersenontsteking of hersenvliesontsteking. Vooral ouderen en mensen met een verminderde weerstand lopen meer risico om ernstig ziek te worden.
Er bestaat geen vaccin tegen westnijlkoorts voor mensen. Het RIVM adviseert daarom muggenbeten zoveel mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door in de schemering bedekkende kleding te dragen, horren te gebruiken en muggenwerende middelen op de onbedekte huid aan te brengen.
Ook onder dieren verspreidt het virus zich verder. De afgelopen week werden volgens de nieuwste cijfers 48 paarden positief getest, waarmee het aantal gemelde besmettingen bij paarden dit jaar is gestegen tot 136. Daarnaast werden in een week tijd 71 vogels positief getest.
Bij vier onderzochte groepen muggen is het virus tot nu toe aangetroffen. Twee daarvan kwamen uit Zuid-Holland, één uit Gelderland en één uit Noord-Brabant. De aanwezigheid van besmette muggen laat zien dat het virus inmiddels lokaal in Nederland circuleert.
In 2020 werd voor het eerst vastgesteld dat iemand het westnijlvirus in Nederland had opgelopen. Van 2022 tot en met 2025 werden geen lokaal opgelopen besmettingen bij mensen vastgesteld. In augustus van dit jaar dook het virus opnieuw bij mensen op en sindsdien is het aantal meldingen snel gestegen.






