Een 19-jarige Rotterdammer is veroordeeld tot acht maanden cel voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval waarbij een 33-jarige zwangere vrouw en haar ongeboren kind om het leven kwamen. De rechtbank legde de jonge bestuurder daarnaast een rijontzegging van vijf jaar op.
Het ongeval gebeurde op 23 maart 2025 op het Toepad in Rotterdam. De man, die op dat moment 18 jaar oud was en nog maar kort zijn rijbewijs had, reed in een BMW X1 met een snelheid van ongeveer 115 kilometer per uur. Op de weg geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Volgens de rechtbank wilde hij de auto „uittesten”.
Kort voor het fatale ongeval maakte de Rotterdammer volgens de rechtbank meerdere gevaarlijke manoeuvres. Tijdens een inhaalactie kwam hij op de verkeerde weghelft terecht en dreigde hij frontaal op een tegemoetkomende auto te botsen. De bestuurder daarvan wist een aanrijding alleen te voorkomen door hard te remmen.
Niet veel later reed de BMW opnieuw op de verkeerde weghelft. Daar botste de wagen hard tegen de bestuurderskant van de auto van de 33-jarige vrouw, die op dat moment linksaf sloeg. Volgens de rechtbank heeft de bestuurder van de BMW vóór de botsing op geen enkel moment geremd.
De auto van het slachtoffer kwam na de botsing tegen een boom terecht. De vrouw, die veertien weken zwanger was, overleed. Ook haar ongeboren kind kwam om het leven. De BMW belandde na de aanrijding in het water.
Na het ongeluk rende de jonge bestuurder weg met twee busjes anti-stofspray, die hij vervolgens weggooide. Dergelijke sprays bevatten drijfgassen die bij inhalering een roes kunnen veroorzaken. Of de Rotterdammer tijdens het rijden daadwerkelijk onder invloed was, kon echter niet worden vastgesteld. Een afgenomen bloedmonster werd per ongeluk vernietigd.
De rechtbank noemt het rijgedrag van de man roekeloos en stelt dat het ongeluk volledig aan hem te wijten was. Door bewust met extreem hoge snelheid te rijden en gevaarlijke manoeuvres uit te voeren, nam hij volgens de rechters onaanvaardbare risico’s.
Tijdens de rechtszaak spraken nabestaanden over de enorme gevolgen van het verlies. De rechtbank stelt dat de Rotterdammer „diep en onherstelbaar leed” heeft veroorzaakt bij de familie van het slachtoffer.
Omdat hij ten tijde van het ongeluk achttien jaar was, adviseerde de reclassering toepassing van het jeugdstrafrecht. Ook zijn advocaat vroeg daarom. De rechtbank besloot echter het volwassenenstrafrecht toe te passen. Volgens de rechters was niet aannemelijk geworden dat de man niet in staat was de gevolgen van zijn beslissingen te overzien.
De opgelegde gevangenisstraf van acht maanden is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie. Naast de celstraf mag de Rotterdammer vijf jaar geen motorvoertuigen besturen.







