De grote natuurbrand in de Boschhuizerbergen bij het Limburgse Oostrum is na een dagenlange inzet van de hulpdiensten onder controle. Woensdagmiddag gaf de brandweer het sein ‘brand meester’. Het vuur is echter nog niet volledig gedoofd en in het natuurgebied bevinden zich nog meerdere smeulende brandhaarden.
De brandweer is begonnen met uitgebreide nabluswerkzaamheden en blijft voorlopig in het gebied aanwezig. Brandweerlieden controleren het terrein voortdurend, zodat nieuwe oplaaiingen snel kunnen worden ontdekt en bestreden. De Veiligheidsregio Limburg-Noord benadrukt dat het nog altijd gevaarlijk is om het afgesloten natuurgebied te betreden.
De brand brak maandag uit en breidde zich door de langdurige droogte, de wind en het moeilijk toegankelijke terrein snel uit. Uiteindelijk werd ongeveer honderd hectare natuur getroffen. Op verschillende plaatsen laaide het vuur dinsdag nog op, maar de brandweer wist te voorkomen dat de vlammen de aangelegde stoplijnen passeerden.
Bij de bestrijding werden brandweereenheden uit verschillende delen van Nederland ingezet. Ook kwamen twee Belgische brandweerpelotons naar Limburg om te helpen. Speciale sproeisystemen uit de veiligheidsregio’s Utrecht en IJsselland werden gebruikt om de bodem en de begroeiing langdurig nat te houden.
Eerder werden ook blushelikopters en een handcrewteam ingezet. Woensdag bleven de helikopters aan de grond, omdat vooral nog sprake was van grondvuur. Daarbij smeult het vuur onder of vlak boven de bosbodem. Blussen vanuit de lucht heeft daar volgens de veiligheidsregio weinig effect op. Het vuur dat zich via de boomtoppen verspreidde, het zogenoemde kroonvuur, was toen vrijwel verdwenen.
Vanwege de grote gevolgen voor de omgeving werd dinsdag opgeschaald naar GRIP 3. Daardoor werd ook de burgemeester betrokken bij de bestuurlijke aansturing van de crisis. Woensdag kon eerst worden afgeschaald naar GRIP 2 en later naar GRIP 1. De afschaling betekent niet dat de inzet voorbij is: de brandweer blijft met mensen en materieel in het gebied aanwezig.
Het NL-Alert dat vanwege de rookontwikkeling was verstuurd, werd woensdagmiddag ingetrokken. Inwoners die geen rook meer ruiken, kunnen ramen en deuren weer openen en de ventilatie inschakelen. Bij terugkerende rookoverlast luidt het advies om alles opnieuw te sluiten.
Hoewel het grootste gevaar is geweken, kunnen zogenoemde hotspots door wind opnieuw oplaaien. Hoe lang het nablussen gaat duren, is nog niet duidelijk. Het terrein zal uiteindelijk worden overgedragen aan natuurbeheerder Het Limburgs Landschap, dat eigenaar is van een groot deel van het getroffen gebied.

