De ongeregeldheden die zich ’s nachts in IJsselstein afspeelden, waren volgens burgemeester Ester Weststeijn van uitzonderlijk harde aard. Relschoppers veroorzaakten aanzienlijke schade aan het stadhuis en het aangrenzende theater. De burgemeester heeft het geweld nadrukkelijk veroordeeld.
Weststeijn benadrukt dat er een duidelijk onderscheid bestaat tussen demonstranten en de groep die verantwoordelijk is voor de vernielingen. Volgens haar uiten demonstranten hun zorgen over de geplande tijdelijke noodopvang voor asielzoekers op een soms luidruchtige en stevige manier, maar blijven zij binnen de grenzen van het toelaatbare. “De personen die verantwoordelijk zijn voor de terreur van afgelopen nacht,” aldus de burgemeester, “hebben gekozen voor een volstrekt onacceptabele manier om hun emoties te uiten.”
In een uitgebreide verklaring licht zij de situatie verder toe. “De afgelopen week hebben veel inwoners van IJsselstein hun zorgen en bezwaren kenbaar gemaakt over de komst van een noodopvang voor vluchtelingen. Dat gebeurde intens, luid en soms met stevige woorden. In een democratische samenleving moet daar ruimte voor zijn.”
Volgens Weststeijn ligt de grens echter duidelijk bij geweld. “Wie zich schuldig maakt aan vernielingen, hulpverleners belaagt en schade toebrengt aan onze stad, plaatst zichzelf buiten het normale maatschappelijke debat. Wat er vannacht is gebeurd, heeft niets met protest te maken. Het is een aanval op onze gemeenschap.” Bij de ongeregeldheden raakte ook een politieagent gewond.
De burgemeester wijst erop dat materiële schade herstelbaar is, maar dat de impact van dergelijke gebeurtenissen verder gaat. “Het is onacceptabel dat mensen die onze veiligheid moeten waarborgen doelbewust worden aangevallen.” Zij spreekt haar waardering uit voor de inzet van de politie en wenst de gewonde agent namens het gemeentebestuur een snel herstel toe.
Weststeijn veroordeelt de gebeurtenissen met klem en geeft aan ervan overtuigd te zijn dat ook de meeste inwoners van IJsselstein dit geweld afkeuren.
Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels laten weten dat de politie een opsporingsonderzoek is gestart. De zaak krijgt prioriteit, aldus het OM.







