Alle dierenartsen in Nederland krijgen woensdag een informatiebrief van het RIVM met daarin concrete instructies voor de aanpak van katten en honden die mogelijk met vogelgriep besmet zijn. Voor mensen die beroepsmatig in contact komen met besmette dieren, geldt volgens het instituut voortaan een ‘gemiddeld risico’ op besmetting.
In de brief staat precies welke beschermingsmiddelen dierenartsen moeten gebruiken wanneer zij een mogelijk besmette hond of kat onderzoeken of behandelen. Ook geeft het RIVM richtlijnen voor het veilig afnemen van monsters en informatie over naar welk laboratorium de monsters moeten worden verstuurd.
Dat vogelgriep kan overspringen op zoogdieren was al langer bekend, maar recent werd voor het eerst in Nederland een kitten vastgesteld dat aan het virus is overleden. Dat meldde Wageningen Bioveterinary Research. Demissionair landbouwminister Femke Wiersma (BBB) riep daarop huisdiereigenaren op om alert te zijn op symptomen van vogelgriep bij hun dieren, zoals koorts, benauwdheid, een loopneus of rode ogen.
Een deskundigenteam van het RIVM heeft opnieuw gekeken naar het risico voor mensen. Voor de algemene bevolking blijft dat “zeer laag”, maar voor mensen die beroepsmatig met besmette dieren werken, wordt het risico nu ingeschat als “gemiddeld”.
Het versturen van deze informatiebrief is niet nieuw. Het RIVM deed dit eerder in samenwerking met onder andere de Faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en Wageningen Bioveterinary Research in zowel 2021 als 2022.
