Jongeren die in 2017 zelfmoord pleegden vaak verstrikt in web van zorg - 112Vandaag

112Vandaag

Binnenland

Jongeren die in 2017 zelfmoord pleegden vaak verstrikt in web van zorg

kaars

De problemen in de zorg speelden in 2017 relatief vaak een rol bij de zelfdoding van jongeren tussen 10 en 20 jaar. Ook hadden deze jongeren vaak problemen met hoge verwachtingen en pesten, blijkt uit een groot onderzoek naar suïcide onder tieners.

In 2017 was er bijna een verdubbeling van het aantal zelfdodingen onder tieners. Een werkgroep, gefaciliteerd door de Stichting 113 Zelfmoordpreventie, deed daarom in opdracht van het ministerie van VWS een onderzoek. Het is het eerste grote onderzoek naar zelfmoord onder tieners. In 2018 daalde het aantal suïcides weer naar het niveau van de jaren ervoor, tot gemiddeld één overlijden per week. Die cijfers zijn nog steeds te hoog, stellen de onderzoekers.

Voor het onderzoek hield de stichting ruim honderd interviews met nabestaanden van 35 overleden kinderen. Het ging om ouders, broers, zussen, leerkrachten en hulpverleners van jongeren die in 2017 een einde aan hun leven maakten. De stichting concludeert dat elke zelfdoding weliswaar uniek is, maar dat er ook patronen te ontdekken zijn.

Van de 35 jongeren had meer dan de helft al eerder een zelfmoordpoging gedaan. 22 jongeren waren in beeld bij jeugdzorg; van deze groep had het merendeel meerdere psychiatrische diagnoses. Het was voor hen vaak moeilijk om passende zorg te krijgen. De vaak complexe diagnoses vragen om een specialistische behandeling, maar juist door de complexiteit van hun problematiek werden veel jongeren op verschillende plekken in de jeugdzorg geweigerd, omdat er geen passende behandeling geboden kon worden.

Uit de interviews met ouders blijkt dat hun kinderen vaak verstrikt raakten in een web van aanmeldingen, wachtlijsten, diagnostiek, afwijzingen en verwijzingen. Ook had de overgang naar psychiatrie voor volwassenen zodra ze 18 werden vaak een negatieve impact en vonden ouders dat ze niet goed betrokken werden bij behandeling.

Een van de aanbevelingen is dan ook de zorg te verbeteren en beter op elkaar te laten aansluiten. “Hoelang het ook duurt, hoe zwaar ze het ook hebben, laat ze niet los”, stelt Saskia Mérelle, projectleider van het onderzoek. De overgang van jeugdzorg naar volwassenenpsychiatrie moet van 18 naar 21 of in sommige gevallen naar 23 jaar verhoogd worden. Dan kunnen de jongeren meer maatwerk krijgen, denken de onderzoekers.

Ook moeten de ouders beter betrokken worden bij de behandeling. “Neem het serieus als ze zeggen dat het niet goed gaat met hun kind.” Het is volgens Mérelle belangrijk dat elke professional getraind wordt in suïcidepreventie. Dat is nu nog niet het geval. En om de kwaliteit en continuïteit van zorg te verbeteren, moeten instellingen op regionaal niveau beter samenwerken.

Jeugdzorg Nederland zegt in een reactie blij te zijn met het onderzoek, en dat het handvatten geeft om de problematiek op de juiste manier aan te pakken. “We nemen alle aanbevelingen ter harte,” zegt woordvoerder Eva de Vroome

De onderzoekers wijzen erop dat iedereen op zijn eigen gebied zijn best doet, maar dat er geen gezamenlijk systeem is voor zelfmoordpreventie. Binnenkort komen zorginstellingen, scholen, ggd’s en andere belanghebbenden bij elkaar om te praten over een totaalprogramma voor preventie.

Pesten
Er waren ook verschillende patronen bij jongens en bij meisjes. Zo speelde bij jongens relatief vaak mee dat ze problemen hadden op school, bijvoorbeeld door autisme of adhd. Zij vonden weinig aansluiting met leeftijdsgenoten en leraren en moesten naar het speciaal onderwijs. Daarnaast gebruikten jongens relatief vaak softdrugs.

Bij meisjes bleken hoge verwachtingen van zichzelf en een perfectionistische instelling een factor van betekenis. Meisjes deden ook vaker dan jongens een suïcidepoging.

Bij ongeveer de helft van alle jongeren was sprake van pesten. 44 procent van de jongeren volgde onderwijs op de havo of het vwo, 16 procent zat op het vmbo en een kwart op het mbo.

De onderzoekers benadrukken dat preventie niet alleen een taak van de zorg is, want een deel van de jongeren was niet in beeld bij jeugdzorg. Daarom hebben ook scholen een belangrijke rol in het voorkomen van suïcides. Zij kunnen meer doen om zelfmoordsignalen te herkennen en ook nazorg bieden als een leerling is overleden door zelfdoding.

Maar, “de belangrijkste aanbeveling wat ons betreft is om in verbinding te blijven met jongeren. Iedereen kan er wat aan doen: van de leerkracht, tot de huisarts, de sportcoach”, zegt Saskia Mérelle.

Heb jij hulp nodig?

Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.

To Top