112Vandaag

Zuid-Holland

Handgranaten in Delft: 12 en 8 jaar cel geëist

rechter

Met zware klappen ontploften op 17 mei 2018 twee handgranaten in de binnenstad van Delft. Ze waren neergelegd voor de deuren van coffeeshops in de Breestraat en de Peperstraat. De explosies veroorzaken veel schade en vooral: enorme angst bij omwonenden. Twee verdachten hoorden vandaag 12 en 8 jaar cel tegen zich eisen voor de aanslagen, en onder meer het bezit van granaten en vuurwapens.

Op camerabeelden – die zijn uitgezonden bij Opsporing Verzocht en Team West – is te zien dat de daders twee mannen op een scooter zijn. Ze stoppen op de hoek van de Peperstraat, precies onder een bewakingscamera. De bijrijder pakt de handgranaat uit een tas en stopt die in zijn zak. Dan loopt hij de straat in, terwijl de bestuurder blijft wachten. Kort daarna is een flits te zien, de handgranaat is ontploft.

Bij de coffeeshop was van binnen een camera op de glazen voordeur gericht. Op die beelden is te zien hoe een persoon met een masker komt aanlopen, de granaat op de deurklink legt en dan wegrent. De granaat valt nog, rolt een stukje de straat op en ontploft dan.

Schade en gewonde
Door de explosies is enorme schade ontstaan. Uit de granaten sprongen talloze metalen kogeltjes die inslagen hebben veroorzaakt in de gevels op de begane grond, in de gevels van bovenliggende woonhuizen en tot op tientallen meters vanaf de coffeeshops.

In de Peperstraat kwam net een toerist aanlopen, op weg naar de trein. Hij liep op een afstand van zo’n 20 tot 30 meter toen de granaat ontplofte. Hij raakte gewond in zijn gezicht.

DNA op de granaten
Op onderdelen van de granaten werd DNA gevonden van een 42-jarige Hagenaar. En het DNA werd niet zomaar ergens aangetroffen: het zat op een van de pinnen en op de beugels. Precies die onderdelen van een granaat die je moet aanraken om ze tot ontploffing te brengen.

Op 12 juni werd de verdachte aangehouden bij een controle in Noordwijk. Bij hem in de auto zat een 24-jarige Delftenaar. Ook lagen in de auto vuurwapens en een handgranaat. In de kofferbak lag een tas die overeenkomt met de tas die door de daders op de scooter werd meegevoerd. En in de tas vond de politie onder meer een masker dat lijkt op het masker dat op de beelden wordt gedragen. Schoenen van de 24-jarige man lijken op die van de bestuurder van de scooter.

Samen gepleegd
En dan is er nog appverkeer. Daaruit blijkt dat de 42-jarige verdacht een goede twaalf uur voor de aanslag laat weten dat hij de 24-jarige verdachte “nodig heeft”. Kort na de aanslag stuurt de 24-jarige verdachte berichtjes waaruit blijkt dat hij op dat moment met de 42-jarige verdachte samen is en dat ze kennelijk net iets hebben gedaan waarvan hij nog niet kan slapen.

Volgens het Openbaar Ministerie kan – alles in samenhang bezien – geen andere conclusie worden getrokken dan dat de 42-jarige man en de 24-jarige man samen de aanslag hebben gepleegd. De mannen zelf ontkennen en de 42-jarige verdachte kwam een jaar na zijn aanhouding nog met een alternatief scenario. Maar dat was volgens de officier van justitie ‘too little, too late’. ‘Het is niet meer dan een voorspelbaar verzinsel van een geslepen verdachte,’ zei de officier van justitie.

Angstige maanden
De aanslag heeft op Delft een enorme impact gehad, vooral omdat het niet de enige was. In een paar maanden tijd werd ook meerdere keren met automatische wapens geschoten op de coffeeshops. ‘Delft maakte angstige maanden door,’ zei de officier van justitie daarover op zitting. ‘Er was een permanente onbekende dreiging die met name was gericht op de twee coffeeshops.’

De officier noemde de aanslagen van 17 mei een van de heftigste in de hele reeks. ‘Ook omdat een nietsvermoedende passant gewond raakte. Toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Omdat iemand het nodig vond om levensgevaarlijk oorlogstuig te laten ontploffen in een normaal zo vredig stadje.’

Opdrachtgever blijft onbekend
Ondanks uitgebreid onderzoek is het niet gelukt om het motief voor deze incidenten te achterhalen. ‘Steeds weer zien we andere daders, die ongetwijfeld in opdracht en voor geld bereid zijn tot het plegen van excessief en ontwrichtend geweld. Maar geen van de uitvoerders heeft verklaard wie de opdracht heeft gegeven. Misschien was dit wel onderdeel van de overeengekomen prijs?’

Dat de verdachten vandaag slechts uitvoerders zijn, maakt wat het Openbaar Ministerie betreft niet dat ze milder gestraft moeten worden. ‘Het zijn immers de uitvoerders die invulling geven aan het gewelddadige karakter van de georganiseerde misdaad. Om dat geweld uit te bannen, moet van de strafoplegging een serieuze afschrikwekkende werking uitgaan.’

Vrijdag reageren de advocaten op het requisitoir van het OM. De rechtbank doet op 25 oktober uitspraak.

To Top