Inspectie JenV kritisch op vakonderwijs

Stockfoto

Nederland – Politie en Politieacademie boeken te weinig voortgang in het verbeteren van het vakspecialistisch onderwijs (VPO), stelt Inspectie JenV in het Jaarbeeld Politieonderwijs 2018. De politie moet eerder aangeven wat de opleidingsbehoefte is, zodat de academie daar beter in kan voorzien, stelt de Inspectie.

Politie en Politieacademie zijn samen verantwoordelijk voor het politieonderwijs. Zo is in de Politiewet 2012 bepaald dat het korps elk jaar, op 1 maart, aangeeft wat haar onderwijsbehoefte is, waarna de academie op 1 april duidelijk maakt of dat haalbaar is en wat daarvoor vervolgens nodig is, aan mensen en middelen. Mensen en middelen die uit het korps komen. De inspectie stelt nu dat het korps die informatie te laat aanlevert, waardoor tekorten ontstaan in het aanbod, wat uiteindelijk de kwaliteit van het onderwijs schaadt.

Driemanschap
De politie erkent het belang om op tijd aan te geven wat het op termijn verlangt van het politieonderwijs. Dit maakte Leonard Kok eind 2018 al duidelijk namens de korpsleiding. Dat leidde ertoe dat er een driemanschap is aangesteld van Willemien Los (hoofd bedrijfsvoering Eenheid Zeeland-West-Brabant), Paul Entken (hoofd Operatiën Eenheid Den Haag) en Miranda Luttik (sectorhoofd vakspecialistisch politieonderwijs). Zij houden zich bezig met de zogeheten behoeftestelling; welke strategie kiest de politie en wat voor opleidingen zijn daarvoor nodig?

Het eerste resultaat hiervan is dat de politie tijdig voor 1 maart 2019 de totale onderwijsbehoefte voor 2020 kenbaar heeft gemaakt aan de directeur van de Politieacademie. Op basis hiervan heeft de Politieacademie voor 1 april 2019 aangegeven hoe veel mensen en middelen nodig zijn om aan de opleidingsvraag te kunnen voldoen.

Duidelijkheid in opleidingsbehoefte
Beleidsuitgangspunten formuleren en op basis daarvan opleidingen ontwikkelen lijkt de oplossing. Wat wel speelt is dat het korps de opleidingsbehoefte decentraal in de organisatie heeft gelegd, bij de medewerkers en teamchefs, die zelf verantwoordelijk zijn voor professionalisering. Dat kan leiden tot keuzes die niet in overeenstemming lijken met de plannen van het korps. ‘Aan het driemanschap om die vragen bij elkaar te brengen’, benadrukt Leonard Kok.