‘Moerdijk door oog van de naald bij explosie fabriek Shell’

Brandweer ter plaatsen bij een brand
Stockfoto

Dat zei de officier van justitie gisteren op zitting in de rechtbank in Den Bosch. Het OM verwijt Shell Nederland Chemie B.V. dat het bedrijf er niet alles aan heeft gedaan om de explosie van de fabriek in Moerdijk op 3 juni 2014 te voorkomen, dan wel de gevolgen beperkt te houden. Hierdoor hebben zij werknemers en de omgeving in gevaar gebracht, aldus de officier. Daarnaast verwijt het OM het bedrijf dat ze niet alles heeft gedaan om tussen 21 november 2015 en 27 januari 2016 de ontsnapping van bijna 28 ton Ethyleenoxide te voorkomen. Het OM eiste op zitting een boete van 2.680.000 euro.

De explosie vond plaats op 3 juni 2014 omstreeks 22:48 uur in één van de fabrieken van Shell in Moerdijk. De explosies werden gevolgd door een grote brand met veel rookontwikkeling. De rook die vrijkwam bij de brand trok over het Hollandsch Diep naar de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid. In Moerdijk en in de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid werden in de nacht crisisbeheersing organisaties ingericht.

Delen van de fabriek werden door de kracht van de explosies honderden meters weggeslingerd. Twee werknemers raakten gewond. Drie andere werknemers waren juist aan het roken in een rookhok en drie andere werknemers hadden de locatie net verlaten om te gaan eten. “Een geluk bij een ongeluk” zei de officier op zitting.

Strafrechtelijk onderzoek
Uit strafrechtelijk onderzoek dat werd uitgevoerd door de Politie en de opsporingsdienst van de Inspectie SZW blijkt dat de explosies plaats vonden tijdens het opstarten van de fabriek na het plaatsen van een nieuwe katalysator. Volgens het OM heeft Shell de veiligheidsrisico’s van de herstart na de katalysatorwissel, van te voren onvoldoende onderzocht en onderkent. Daarnaast zou Shell volgens het OM de eigen veiligheidsprocedures niet allemaal hebben doorlopen. De explosie is vermoedelijk ontstaan door reacties van stoffen in de katalysator. Daar komt bij dat de koeling niet vloeiend verliep, waardoor een snelle temperatuurstijging in een reactorvat ontstond, een zogenoemde ‘runaway’. In de werkinstructie was niet omschreven hoe snel de temperatuur mocht stijgen, waardoor de dienstdoende werknemers de ontstane problemen niet herkenden. Er zou daarnaast onvoldoende drukbeveiliging aanwezig zijn geweest. Shell heeft volgens het OM de risico’s van wijzigingen in installaties, processen en procedures niet onderkend en beheerst. Daarnaast zou Shell ook niet alle beschikbare kennis en onderzoek hebben benut om de eventuele risico’s in kaart te brengen. In een soortgelijke fabriek van Shell in het buitenland, hadden zich al problemen voorgedaan bij een herstart. Die problemen zouden niet goed zijn onderzocht. Daarnaast waren er volgens het OM meer werknemers in de fabriek als noodzakelijk tijdens een risicovolle procedure als een herstart. Door de stapeling van onvolkomenheden heeft Shell volgens het OM de aanmerkelijke kans aanvaard dat het mis zou lopen.

Op 3 juni 2014 was het niet zo veilig bij Shell Moerdijk, concludeerde de officier op zitting. In november van het jaar daarop gaat het wederom fors mis. “Vrijwel twee maanden lang kan er ongemerkt een grote hoeveelheid etheenoxide ontsnappen zonder dat iets of iemand dat opmerkt,” zei de officier op zitting: “Alleen dat al is kenmerkend voor het gebrek aan awareness en kwaliteit bij Shell Nederland Chemie B.V.” Het incident gebeurde ook weer na een onderhoudsbeurt aan een fabriek van Shell, zo blijkt uit onderzoek. Per abuis zouden twee afsluitkleppen open zijn blijven staan. “Ook bij dit incident was Shell zich onvoldoende bewust van de milieu risico’s.” De gehanteerde procedures waren volgens het OM niet goed genoeg, werden niet nageleefd en gecontroleerd en zouden bovendien niet of onvoldoende op elkaar afgestemd zijn geweest.

‘State of the Art’
Shell Nederland Chemie B.V. maakt deel uit van een wereldwijd chemieconcern: Royal Dutch Shell of ook wel ‘Koninklijke Nederlandse Shell’ genoemd, zei de officier op zitting: “Het behoort tot de grootste zes onafhankelijke oliemaatschappijen ter wereld. Kortom een speler van wereldformaat in de chemie. Een bedrijf met een vooraanstaande maatschappelijke positie, in de wereld, maar ook en juist in Moerdijk,” zei de officier op zitting: “Het gaat om een bedrijf dat zich bevindt in de zwaarste categorie van risicobedrijven, de eredivisie! Een bedrijf waar veiligheid de standaard zou moeten zijn, het uitgangspunt. Datgene waar alles om draait, dag in, dag uit, altijd en overal. Waar het adagium geldt: Als het niet veilig kan dan doen we het niet.” Dat is wat het OM verwacht van een bedrijf als Shell Nederland Chemie B.V. “‘State of the Art’ op het gebied van chemie, maar ook op het gebied van veiligheid en milieu.” En niets was minder waar op 3 juni 2014, aldus het OM: “Uit het dossier komt een beeld naar voren van een organisatie die onvoldoende kritisch is, die niet luistert of onderzoekt, die niet verder vraagt. Een bedrijf dat zelfgenoegzaam achterover leunt.” De officier van justitie woog bij de strafeis mee dat de justitiële documentatie van het concern Shell omvangrijk is. “Een dergelijk strafblad is een bedrijf als Shell Nederland Chemie B.V. onwaardig. Aan de andere kant geeft het ook een inkijkje. Immers, als het met enige regelmaat ernstig, immers strafrechtelijk relevant, fout gaat is de reputatie misschien wel niet terecht. Sterker nog, misschien heeft Shell Nederland Chemie B.V. wel helemaal niet zo’n goede naam op het gebied van veiligheid en milieu als het wil doen voorkomen.” Ze voegde er aan toe: “Bij Shell was het misschien even niet zo koninklijk als het had moeten zijn.”

Strafeis
Volgens de officier zijn de werknemers en de omgeving van de fabriek in Moerdijk bij de explosie ‘door het oog van de naald gekropen’. Het had anders kunnen aflopen. “Dat het niet is uitgelopen op een ramp is niet de verdienste van Shell Nederland Chemie B.V. te Moerdijk geweest, maar simpelweg geluk. Immers, de brokstukken zijn de ‘goede’ kant opgeblazen. Het had ook heel goed anders kunnen zijn.” Het OM eist daarom de maximale boete per feit, te weten drie maal 830.000 euro. Voor de ontsnapping van de gaswolk vindt ze een boete van 250.000 euro op de plaats. De totale geëiste boete komt daarmee op 2.680.000 euro. De zitting gaat donderdag verder. Daarna zal de rechtbank laten weten wanneer ze uitspraak zal doen.