24 en 18 maanden geëist tegen twee verdachten van mensenhandel

cel
Stockfoto: Politie

Op de middag van 21 augustus 2017 komt er een einde aan uitbuitingssituatie van een 16-jarig Hongaars meisje als het Prostitutie Controle Team van Eindhoven bij toeval op het Baekelandpein een voor hen nog onbekend meisje in een van de panden ziet.

De leden van het PCT die controleren op de vergunningsvoorwaarden, spreken haar aan. Zij blijkt geen Nederlands of Engels te verstaan, ze overhandigt een paspoort van een 19-jarige Hongaarse en via de tolkentelefoon vertelt zij dat ze nog nooit eerder in de prostitutie heeft gewerkt, dat ze via een vriendin op het Baekelandplein terecht is gekomen en dat ze dit vrijwillig doet. Gelet op haar houding en gedrag en twijfel over overeenkomsten tussen het meisje en de foto van het meisje op het paspoort, wordt zij meegenomen naar het politiebureau. Daar komt al gauw de aap uit de mouw: het paspoort is niet van haar, maar van haar zus. Zijzelf is op dat moment pas 16 jaar oud.

Vandaag staan voor deze mensenhandel een 32-jarige man uit Weert en een 23-jarige man zonder vaste woon of verblijfplaats voor de rechter in Den Bosch. Hen wordt concreet verweten het minderjarige meisje geworven te hebben en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting. Zij hebben haar in de prostitutie gebracht en gedwongen een aanzienlijk deel van haar verdiende geld af te dragen.

De officier van justitie van het Openbaar Ministerie Oost-Brabant eist een gevangenisstraf van 24 maanden tegen de 32-jarige verdachte en 18 maanden voor de 23-jarige verdachte.

Nadat het 16 jarige meisje door het PCT in veiligheid is gebracht, is een onderzoek gestart naar de vraag hoe zij in Nederland is gekomen. Zelf verklaart zij daarover dat ze in Hongarije een jongen was tegengekomen die via een kennis er wel voor kon zorgen dat haar zus, die al in de prostitutie zat, meer zou verdienen. Deze kennis is volgens het OM de 32-jarige verdachte uit Weert en de jongen de 23-jarige verdachte. Na een ontmoeting met de zus wordt afgesproken dat zij voor 32-jarige man gaat werken in Nederland. Dat wil zij eigenlijk ook wel maar omdat ze minderjarig is moet ze valse identiteitspapieren krijgen. Dat kan niet geregeld worden en daarom spreekt ze met de 32-jarige verdachte af dat ze op het paspoort van haar zus naar Nederland zal komen en dat de 23-jarige man haar zal brengen. De helft van haar verdiensten zou ze moeten afdragen aan de 32-jarige verdachte. En zo is ze uiteindelijk op 21 augustus 2017 als prostituee op het Baekelandplein terechtgekomen.

De 32-jarige verdachte ontkent alle betrokkenheid. De 23-jarige verdachte heeft uiteindelijk bekend dat hij het 16-jarig meisje naar Nederland heeft gebracht maar verklaart dat hij niet wist welk doel dit diende. Dit vindt de officier volstrekt ongeloofwaardig: “Ook hier is de verklaring van het minderjarige slachtoffer, die vanwege haar verliefdheid eigenlijk liever niets ten nadele van hem zou willen zeggen veel geloofwaardiger. Zij zegt dat er met hem wel open en vrij over het werk van haar en haar zus in de prostitutie in Hongarije is gesproken, dat hij haar zou afzetten en ophalen bij haar werkplek, dat zij de kosten van de reis naar Nederland aan hem moest terugbetalen en dat hij alle verdiende geld zou innen en verdelen tussen haar, hem en de 32-jarige verdachte. Dat klinkt niet als iets dat het slachtoffer verzint.”

Mensenhandel is na levensdelicten één van de zwaarste delicten die het Wetboek van Strafrecht kent met een maximumstraf van 12 jaar. “Voor beide verdachten geldt dat zij, als volwassen kerels, misbruik hebben gemaakt van een 16-jarig landgenootje dat zich om welke reden dan ook genoodzaakt heeft gezien zich te gaan prostitueren. Puur en alleen uit winstbejag. Een meisje in de prostitutie is een ware cashcow, haar lichaam kan telkens weer verkocht worden. In het geval van 32-jarige verdachte is het precies dát wat de drijfveer is. De 23-jarige verdachte faciliteerde dat, zonder hem was zij niet naar Nederland gekomen. Zijn aandeel is van wezenlijk belang,” legt de officier ter zitting uit.

Uitgaand van de richtlijn van het Openbaar Ministerie, rekening houdend met de minderjarigheid van het slachtoffer en rekening houdend met het feit dat er geen geweld of dwangmiddel is gebruikt en zij zelf heeft aangegeven dit werk te willen doen en rekening houdend met de eerdere veroordeling van de 32-jarige voor een soortgelijk delict in Duitsland, vindt de officier deze 24 en 18 maanden voor de beide verdachten een passende straf.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.