Veroordeling Heringa wegens bieden van hulp bij zelfdoding moeder in stand laten

Zitting
Stockfoto: Rechtspraak

De veroordeling van Heringa wegens het bieden van hulp aan zijn bejaarde moeder om een einde aan haar leven te maken, dient in stand te blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Bleichrodt de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag

De 99-jarige moeder van Heringa verbleef in een verzorgingstehuis, leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. In juni 2008 heeft Heringa haar op haar uitdrukkelijke verzoek medicijnen verstrekt die zij heeft ingenomen, waarna ze is overleden. Heringa heeft het hele proces op video opgenomen, waaronder een gesprek waarin zijn moeder zei dat ze klaar was met het leven. De beeldopnamen zijn op 8 februari 2010 in de documentaire ‘De laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood.’ uitgezonden in het programma Netwerk. Daarop is Heringa vervolgd wegens strafbare hulp bij zelfdoding. Heringa heeft zich in de strafzaak beroepen op noodtoestand, een vorm van overmacht, omdat de huisarts had geweigerd medewerking te verlenen aan euthanasie en hij zich moreel verplicht voelde zijn moeder te helpen bij het realiseren van de door haar uitdrukkelijk gewenste pijnloze, vredige en waardige dood.

De Hoge Raad sprak zich eerder ook al uit over deze zaak. In zijn uitspraak van 14 maart 2017 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van het hof Arnhem-Leeuwarden dat de door Heringa geboden hulp niet strafbaar was. De zaak werd verwezen naar het hof Den Bosch. Dit hof oordeelde dat Heringa geen beroep kan doen op noodtoestand, zodat de door hem geboden hulp bij zelfdoding strafbaar is. Het hof rekende Heringa aan dat hij zijn moeder alleen heeft gelaten nadat zij de dodelijke pillen tot zich had genomen en dat hij niet direct heeft gemeld wat er was gebeurd. Het hof legde Heringa een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op. Tegen deze veroordeling stelde Heringa beroep in cassatie in.

In zijn conclusie bespreekt de AG de aangevoerde cassatieklachten uitvoerig. Hij gaat daarbij onder meer in op de klachten die zijn gericht tegen de verwerping door het hof van het beroep op noodtoestand en de opgelegde straf.

AG Bleichrodt concludeert in zijn advies dat geen van de zeven cassatiemiddelen kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Hij adviseert de Hoge Raad dan ook het cassatieberoep te verwerpen en daarmee de uitspraak in stand te laten.

De Hoge Raad zal naar verwachting op 12 februari 2019 uitspraak doet in deze zaak.