OM eist in hoger beroep 14 jaar cel in zaak Nicole van den Hurk

Nicole van den Hurk
Nicole van den Hurk

Het Openbaar Ministerie in Den Bosch heeft in hoger beroep een gevangenisstraf van 14 jaar geëist tegen Jos de G. (50) uit Helmond. De G. wordt ervan verdacht in 1995 de 15-jarige Nicole van den Hurk te hebben verkracht en om het leven te hebben gebracht.

Het meisje komt op 6 oktober 1995 nooit aan bij haar bijbaan in Eindhoven. Zes weken later wordt haar lichaam gevonden in een bosperceel in Lierop. Uit het onderzoek dat volgt blijkt dat zij met geweld om het leven is gebracht. Ondanks alle inspanningen wordt er geen dader opgepakt en de zaak loopt uit op een cold case. Pas in 2014 wordt de verdachte aangehouden, nadat het NFI matches rapporteert tussen zijn DNA en op het lichaam en kleding van het slachtoffer aangetroffen DNA-sporen.

DNA-materiaal
Bijna 23 jaar na de feiten komt de zaak in hoger beroep voor de rechter. De rechtbank sprak verdachte in eerste aanleg in 2016 vrij van de hem ten laste gelegde doodslag. Wel werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor de verkrachting. Zowel het OM als verdachte zijn tegen de uitspraak in hoger beroep gegaan. Het OM is er van overtuigd dat De G. verantwoordelijk is voor de verkrachting en het doden van Nicole. In en op het lichaam van het meisje worden DNA-sporen van verdachte aangetroffen. De G. heeft meerdere gewelddadige seksuele delicten gepleegd die sterke gelijkenis vertonen met de feiten in deze zaak. De verdachte ontkent en draagt als alternatief scenario aan dat hij mogelijk vrijwillig seksueel contact met het slachtoffer heeft gehad.

Dat scenario strookt wat het OM betreft niet met de aangetroffen (schaam)haar van verdachte op de plaats waar Nicole van der Hurk werd gevonden. De haar zat op de gladde jas die het meisje droeg. In de visie van het OM is het zeer onwaarschijnlijk dat de haar lange tijd op de jas heeft gezeten. De haar moet kort voor het verbergen van het lichaam op de jas terechtgekomen zijn en wijst daarmee op de aanwezigheid van De G. op de plek waar het slachtoffer werd aangetroffen.

Getuigen
Niet alleen DNA-bewijst wijst richting verdachte. Getuigen verklaren over gesprekken met verdachte waarin hij heeft gezegd een meisje om het leven te hebben gebracht. Die verklaringen werden in eerste aanleg niet gebruikt als bewijs omdat deze als onvoldoende concreet werden beschouwd. Het OM besloot in hoger beroep echter voldoende aanleiding te zien om die verklaringen verder te onderzoeken en zette een undercoveragent in om te bekijken of deze toch bruikbaar konden zijn in de zaak. Dat laatste blijkt het geval. De verklaringen zijn wat het OM betreft voldoende stevig om de overige bewijsmiddelen in de zaak te onderbouwen en zijn in hoger beroep meegenomen in de bewijsvoering.

Strafeis in hoger beroep
De advocaten-generaal benadrukten op zitting het leed dat de familie van Nicole van den Hurk doormaakt en verwijten verdachte al die tijd geen openheid van zaken te willen geven. “Extra zwaar weegt voor [de familie] dat verdachte heel lang heeft gezwegen en daarna met verhalen is gekomen die hen krenkte en de nagedachtenis van Nicole bezoedelde. Dit heeft bij hen allesbehalve bijgedragen aan de verwerking van de dood van Nicole. De familie wil weten wat er is gebeurd, hoe heeft het zo kunnen komen en vooral: waarom?! Op die vragen heeft verdachte nooit enig concreet, laat staan een eerlijk antwoord gegeven. Onbegrip en verdriet blijven de nabestaanden kwellen.”

Het OM eist in hoger beroep de maximaal mogelijke gevangenisstraf: in deze zaak is dat vanwege een wettelijk strafmaximum en eerdere veroordelingen van verdachte een straf van veertien jaar. Verder is het OM van mening, net als in eerste aanleg, dat niet voldaan is aan het wettelijk criterium om een TBS maatregel te vorderen.

Het hof doet (naar verwachting) uitspraak op 9 oktober 2018.