Tot 12 jaar cel voor meerdere gewapende overvallen

rechter
Stockfoto

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 29-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar voor een overval op een supermarkt en een vakantiepark en een poging om een winkel te overvallen. Een 19-jarige Amsterdammer krijgt voor zijn aandeel bij de overval op de supermarkt en een overval op een snackbar 9 maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen).

De 29-jarige verdachte zat in december 2016 in detentie, maar had in het kader van zijn resocialisatietraject enkele privileges zodat hij af en toe “naar buiten” mocht. Tijdens een van die verloven ging hij op Eerste Kerstdag samen met de Amsterdammer naar een supermarkt in Geleen en richtte een vuurwapen op in totaal 3 medewerkers. Hij laadde in het bijzijn van twee van die medewerkers zijn wapen door waardoor er een kogel op de grond viel en zei: “Zie je dat het een echte is, zie je dat ik geen grappen maak”. De Amsterdammer leidde in de tussentijd het overige winkelpersoneel af door onder meer te veinzen dat hij onwel werd. Bij de overval werd 57.832,50 euro buitgemaakt.

In januari 2017 overviel de verdachte samen met een ander een vakantiepark in Overloon. Beide verdachten waren gewapend met op vuurwapen gelijkende voorwerpen. Een aantal medewerkers en gasten van het vakantiepark werd daarmee bedreigd. Eén van de gasten in het park werd door een verdachte bovendien nog in het gezicht geslagen met het handvat van een wapen. Bij deze overval werd 200 euro en waardecheques van in totaal 550 euro buitgemaakt.

In diezelfde maand wilde de verdachte samen met een medeverdachte ook nog een overval plegen op een winkel in Someren. Daarbij werd een vuurwapen op het hoofd van een medewerker gezet. Bij dit incident zijn de verdachten er uiteindelijk zonder buit vandoor gegaan.

Bij zijn aanhouding in februari vorig jaar werd een revolver en munitie in zijn cel aangetroffen. In de kofferbak van zijn auto lag een machinegeweer met bijbehorende munitie.

De rechtbank veroordeelt de Amsterdammer – naast zijn aandeel in de overval op de supermarkt – ook voor een gewapende overval op een snackbar in november 2016 in zijn woonplaats. Die overval pleegde hij samen met een andere verdachte en bij die overval werden de twee medewerkers van de snackbar met een mes bedreigd.

Zware criminaliteit
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gelet op de berekenende handelwijze van de 29-jarige verdachte, door de overvallen te plegen in de ochtend of juist tegen sluitingstijd. Op die tijdstippen is normaal gesproken niet veel publiek op de been. De 29-jarige verdachte verkende de locaties vooraf ook steeds. De verdachten maakten zich schuldig aan een zware vorm van criminaliteit, die niet alleen zeer bedreigend is en traumatiserend kan zijn voor de slachtoffers, maar ook onrust veroorzaakt in de samenleving. Daarnaast hebben ze locaties uitgezocht waar vaak jonge medewerkers werken.
De rechtbank weegt ook mee dat de eerdere opgelegde detentie en detentiefasering met op resocialisatie gerichte privileges de 29-jarige verdachte er niet van hebben weerhouden meerdere ernstige delicten te plegen. Daarom kan de rechtbank niet anders dan een lange celstraf opleggen. De 29-jarige verdachte moet de slachtoffers daarnaast een schadevergoeding betalen van in totaal 16.746,83 euro.

Laatste kans jonge verdachte
Bij de Amsterdammer is volgens een psycholoog en een psychiater sprake van een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. De rechtbank neemt het advies van de deskundigen over om de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank volstaat met het opleggen van de voorwaarde dat de verdachte zich onder behandeling laat stellen van een forensische zorginstelling en zich onder meer laat behandelen voor zijn gokverslaving. Mocht hij niet verder meewerken aan de noodzakelijke en reeds ingezette behandeling, dan dient de voorwaardelijke PIJ-maatregel ertoe om te zorgen dat behandeling en onderzoek toch kunnen gebeuren, maar dan in een gedwongen kader. De rechtbank biedt de verdachte in feite een laatste kans op gedragsverbetering. Het is aan hem deze kans te grijpen.