112Vandaag

Noord-Brabant

Blog: Eerbetoon aan Justin

sterretje

Blogger is Frans Luijten, 38 jaar, heeft 12 jaar bij de politie Oss gewerkt en is nu als hondengeleider werkzaam bij Team Surveillancehonden Oost-Brabant.

De jaarwisseling staat weer voor de deur! Voor veel mensen een geweldig feest om naar uit te kijken. Voor mij en mijn politie- brandweer- en ambulance-collega’s betekent dit een gezellige dienst waarbij de handen uit de mouwen moeten worden gestoken. Om middernacht hopen we altijd even de tijd te kunnen nemen om snel te proosten op het nieuwe jaar met Jip en Janneke champagne. In 15 jaar tijd heb ik 14 nachtdiensten gewerkt. Omdat dit in mijn functie als hondengeleider de drukste dagen zijn en ik graag met kerst thuis ben met mijn familie.

De jaarwisseling van 2002 naar 2003 is er echter eentje die ik nooit meer zal vergeten…

Ik werkte net 2 jaar bij de politie Oss en was nog geen hondengeleider. Enkele minuten nadat we met de traditionele kinderchampagne de jaarwisseling hadden gevierd op het dak van het bureau, stapte ik samen met Suzanne in de dienstauto. Er werd nog volop vuurwerk afgestoken, maar Suzanne reed rustig met de dienstauto door de Osse straten. We reden richting de Ruwaard, voorzichtig om het vuurwerk heen. Er waren nog geen meldingen en de sfeer op straat was gemoedelijk, mensen zwaaiden vrolijk en riepen ons de beste wensen toe.

Plots werd de stilte op de portofoon ruw verstoord:”41.01 en 42.01, verzoek om met spoed te gaan naar de Westerveldlaan in Oss, daar is zojuist een kind aangereden. Het voertuig waarmee het kind is overreden heeft de plaats van het ongeval verlaten en is doorgereden. Het ziet er volgens de melder niet goed uit voor het slachtoffertje. Er zijn 2 ambulances onderweg.” Ik voelde mijn hartslag direct in mijn keel kloppen. Suzanne reed zo snel als dat kon, terwijl de straten zich door het afgestoken vuurwerk vulden met rook en de pijlen langs onze dienstauto vlogen, naar de plek des onheils.

Toen we de Westerveldlaan in reden, zagen we eerst nog feestende mensen langs de weg staan en plots was het doodstil op straat. In kleine groepjes stonden buurtbewoners geëmotioneerd bij elkaar Er was plots geen gejoel, geen feest… Midden op straat zag ik een klein jochie roerloos op de grond liggen. Ik zag dat twee collega’s en mensen van de ambulancedienst druk doende waren met de hulpverlening. Toen ik uitstapte hoorde ik, in de bizarre stilte die daar hing, gehuil en gekrijs, terwijl in de verte het geknal was te horen vanuit de rest van de stad. Terwijl Suzanne de collega’s en de ambulancedienst ging helpen, ging ik op zoek naar de ouders van het jongetje om hen te ondersteunen en te informeren wat er was gebeurd.

De vader van het jongetje stond te kijken hoe de hulpverleners vochten voor het leven van zijn eigen zoon, zijn eigen vlees en bloed. Ik liep met de moeder van het jongetje de woning in om te vragen wat er was gebeurd. De moeder gaf aan dat hun zoontje voor het eerst een vuurpijl mocht afsteken en dat hij, terwijl hij de vuurpijl wilde aansteken plots werd overreden door een grote terreinwagen die met hoge snelheid uit het niets kwam en zonder te stoppen doorreed. “Justin had al weken naar het afsteken van het vuurwerk uitgekeken en nu… nu gebeurt dit.” Ik probeerde zo veel mogelijk informatie te krijgen over wat er was gebeurd. “We moeten die auto vinden”, zei ik tegen mezelf.

Via het oortje van mijn portofoon hoorde ik intussen dat het er heel erg slecht uitzag voor het jongetje en dat een traumateam niet kon worden afgewacht. Het werd een ‘load and go’ en dat betekent: zo snel mogelijk naar het ziekenhuis in de hoop daar met meer middelen het leven van de jongen te redden. Ik moest even slikken: “Ze zetten alles op alles om uw zoontje te redden mevrouw, maar het ziet er heel slecht uit,” zei ik heel direct. De ambulance ging rijden en de moeder van het jongetje ging mee in de ambulance.

Ik zag dat Suzanne ook mee ging in de ambulance. Ik sprong in onze dienstauto en reed achter de ambulance aan mee naar het ziekenhuis. Toen ik achter de ambulance reed, zag ik door de achterramen van de ambulance dat Suzanne aan het reanimeren was. Ik moest weer even slikken, maar veel tijd had ik niet, we moesten zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Iedereen zette alles op alles om het jochie te redden.

Ik ging voor de ambulance rijden om samen met collega’s de weg vrij te maken naar het Bernhovenziekenhuis. Met loeiende sirenes was de ambulance binnen enkele minuten onder begeleiding van verschillende politieauto’s bij het ziekenhuis. Toen ik het ziekenhuisterrein opreed zag ik direct een grote terreinwagen schuin op de stoep geparkeerd staan bij de hoofdingang van het ziekenhuis. Mijn onderbuik gevoel zei direct dat het bijna niet anders kon zijn dan dat die terreinwagen, de auto was die over het jochie was heengereden.

Het jongetje werd vanuit de ambulance, op de brancard, direct de traumakamer ingereden bij de eerste hulp van het ziekenhuis. Hij mocht niet sterven tijdens onze dienst was het gevoel bij ons, maar ook bij mensen van de ambulancedienst en op de eerste hulp van het ziekenhuis. Suzanne nam de moeder mee de wachtkamer in. Samen gingen Suzanne en ik bij de vrouw zitten. We konden niet meer doen dan afwachten en hopen op een wonder.

Vanaf de plek waar we zaten hoorden we de bedrijvigheid van de artsen en verpleegkundigen in de traumakamer. Plots klonk er een monotone pieptoon uit de apparaten die het hartritme van Justin zouden moeten registreren. Het werd ijzingwekkend stil op de traumakamer, Justin was binnen een uur na de start van het nieuwe jaar overleden. Een start waarin je feest hoort te vieren en op het leven hoort te proosten, maar de artsen konden niks meer voor Justin doen. Hij mocht slechts 10 jaar oud worden… De arts kwam met een bezweet hoofd uit de traumakamer, hij keek verslagen, hij had alles gedaan wat hij kon, maar zijn gezicht sprak boekdelen.

Een traan liep over mijn wang. Even was ik geen politieman, even was er geen oud en nieuw, geen feest. Ik voelde net als iedereen in die kamer de verslagenheid, de onmacht en het intense verdriet.

Ik zag dat Suzanne het ook erg moeilijk had en in huilen uitbarstte. “Je hebt gedaan wat je kon Suzanne, meer zat er niet in”, zei ik tegen haar terwijl ik mijn arm om haar heen sloeg. “Het is zo oneerlijk”, zei Suzanne. Ze had gelijk, het was ontzettend oneerlijk…

Later die nacht bleek het onderbuik gevoel juist en bleek de aangetroffen terreinauto, de auto te zijn geweest die Justin had aangereden. We konden die nacht, door intensief onderzoek, de zaak rond krijgen en een verdachte aanhouden die de auto zou hebben bestuurd. De bestuurder werd vervolgd en later ook veroordeeld.

Na een paar uur typewerk en napraten, stonden Suzanne en ik weer gewoon tussen het feestende publiek in het uitgaansgebied. Niemand merkte aan ons wat we zojuist hadden meegemaakt, het werk ging weer door…

Dit jaar vier ik sinds lange tijd de jaarwisseling weer eens thuis, samen met mijn vriendin en haar kinderen. Ze heeft een zoontje en die is nu 10 jaar oud, hij wil ook graag vuurwerk afsteken, net als Justin. Sinds nieuwjaar 2003 denk ik ieder jaar weer, als het vuurwerk omhoog wordt geschoten, even aan de kleine Justin, ik denk aan zijn ouders en alle hulpverleners die die nacht alles op alles hebben gezet, maar dit jaar nog een beetje meer….

To Top